Streven naar eindige nazorg

Omvangrijke restverontreinigingen blijven in de toekomst onze aandacht vragen. Nazorg is nodig om te voorkomen dat verontreinigingen risico’s veroorzaken. Omdat deze zorg om expertise vraagt, kopen veel organisaties hun nazorg- en saneringsverplichtingen af. Dochteronderneming Bodemzorg is bij uitstek de partij met veel praktijkervaring op het gebied van nazorg en afkoop. Het totale aantal bij Bodemzorg afgekochte projecten liep in 2015 op tot 22. Bodemzorg neemt de verantwoordelijkheid voor de restverontreiniging over, waarna de puzzel om de nazorg eindig te maken begint.

In de komende jaren blijft het streven om de nazorg zoveel mogelijk af te bouwen. Dat gebeurt door herijking. Dit komt veelal neer op het gecontroleerd beëindigen van nazorg. Soms door alsnog een sanering uit te voeren, soms door een stabiele eindsituatie zonder restrisico’s aan te tonen. De zogenaamde IBC-locaties vragen nog om speciale aandacht. Hier is van herijking nog nauwelijks sprake geweest. Bodemzorg stelt zicht ten doel om ook voor deze locaties de nazorg eindig te maken.

Eindige IBC nazorg

Natuurgebied Oosteinderpoel in Aalsmeer was in 2006 het eerste afkoopproject van Bodemzorg. In de jaren 50 en 60 werd hier op een eilandje olieafval gestort in twee gegraven putten. De Stichting Landschap Noord-Holland kocht de nazorgplicht af bij Bodemzorg, die de afgelopen jaren zorg droeg voor de monitoring. Sinds 2015 saneert Bodemzorg deze IBC-locatie en maakt die geschikt voor echte natuurontwikkeling, in plaats van de olieputten eeuwig te blijven controleren.

Verontreiniging monitoren

Andere nieuwe opdrachten in 2015 betreffen projecten in Utrecht, Muiderberg en Etten-Leur. Bodemzorg sloot in 2015 een overeenkomst met Shell en neemt de nazorg over voor een voormalig depotterrein in Utrecht. In Muiderberg kocht de provincie Noord-Holland de monitoring van het grondwater af voor een periode van dertig jaar. Het gaat om zandwinput De Lepelaar, die in de jaren dertig is ontgraven voor de aanleg van de A1. De put is volgestort met afval van de Chemische Fabriek Naarden en geïnjecteerd met afvalwater. Dit leidde tot een grondwaterverontreiniging tot wel 200 meter diep. De stortplaats is geïsoleerd door middel van een bovenafdichting. Bodemzorg monitort de verontreiniging met peilbuizen.

Gebiedsaanpak

In Etten-Leur kocht chemiebedrijf Caldic de saneringsplicht voor vervuild grondwater af bij Bodemzorg. Bodemzorg saneert de grondwaterpluim die hier is ontstaan, net als die onder het nabijgelegen bedrijventerrein Vosdonk-Noord. De verantwoordelijkheid voor de grondwaterproblemen van dit terrein kochten vier bedrijven en de gemeente Etten-Leur in 2013 al af bij Bodemzorg. Het betrof een primeur in Nederland. Nooit eerder werd de aanpak van een totaal gebied afgekocht.